preloader

Vier cao-misverstanden

Afgelopen dinsdag bereikten de politiebonden, minister Grapperhaus en korpschef Van Essen een onderhandelaarsakkoord over een politie-cao voor 2021. Inmiddels zijn daarover bij de NPB de nodige vragen binnengekomen. Dat is fijn, want daardoor krijgen we een goed beeld van bestaande onduidelijkheden en misverstanden. Hieronder vier interessante voorbeelden.

Is het waar dat de politiebonden een vergoeding van de werkgever krijgen voor het afsluiten van een cao? Met andere woorden: kan het voor de bestuurders geld opleveren om (te snel) akkoord te gaan met een afsprakenpakket dat voor de achterban niet optimaal is?

Nee, dat is pertinent onjuist. De vier Nederlandse politiebonden zijn onafhankelijke belangenverenigingen met als voornaamste inkomstenbron de contributie van de leden.

Hun op solidariteit, ervaring en deskundigheid gestoelde vakbondswerk in dienst van hun leden levert echter een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de arbeidsvoorwaarden en de werkomstandigheden bij de politie in het algemeen. Daar profiteren de medewerkers die niet bij een bond zijn aangesloten van mee. Om die reden ondersteunt de werkgever het inhoudelijke werk van de politiebonden met een werkgeversbijdrage.

Er is echter geen sprake van dat het afsluiten van een cao de politiebonden een financiële handdruk van de werkgever oplevert, zoals de NOS op woensdag 2 juni ten onrechte meldde in een bericht over het omstreden optreden van de LBV, een bond voor uitzendkrachten. Was dat wel het geval, dan zou je verwachten dat de politiebonden al jaren aansturen op alleen nog cao’s met een looptijd van een jaar. De geschiedenis laat echter zien dat de meeste politie-cao’s een looptijd hebben van twee à drie jaar. Dat laat zich ook wel verklaren: de bonden zijn geneigd door te gaan met onderhandelen totdat ze denken het maximaal haalbare te hebben bereikt – en in de regel is van de werkgever meer gedaan te krijgen bij een langere looptijd.

——————–

Waarom zijn de bonden akkoord gegaan met een structurele loonsverhoging van slechts 1,3 procent? Gaan we er daardoor niet voor de zoveelste keer in koopkracht op achteruit?

De onderhandelaars van de bonden zijn met 1,3 procent akkoord gegaan vanuit hun deskundige inschatting dat dit in de huidige politieke situatie het maximaal haalbare is. Het binnenhalen van deze verhoging voor alleen 2021 (en niet voor de periode tot juli 2022) biedt bovendien uitzicht op nieuwe onderhandelingen in een nieuwe politieke situatie over een nieuwe structurele salarisverbetering vanaf 1 januari 2022.

In hoeverre de structurele salarisverbetering van 1,3 procent leidt tot koopkrachtbehoud (inflatiecorrectie) is nu nog moeilijk te zeggen, aangezien die vergelijking doorgaans op jaarbasis gemaakt wordt. Een factor die je daarbij moet meewegen is dat de politiesalarissen vanaf vorig jaar juli nog met 2,7 procent verhoogd zijn. Dat percentage lag aanzienlijk hoger dan de inflatie over 2020, zoals onderstaande tabel laat zien. De geschiedenis leert dat je de waarde van cao-salarisafspraken beter kunt beoordelen door ze op middellange termijn af te zetten tegen de ontwikkeling van de inflatie. Mede door het langjarige karakter van de meeste cao’s zitten de salarisverbeteringen de ene keer boven en de andere keer onder de inflatiepercentages.

Vergelijking inflatie/structurele loonsverhogingen politie

  Inflatie Loonstijging CAO
     
2015 0,6 procent 1,25 procent
2016 0,3 procent 4 procent
2017 1,4 procent 1,25 procent
2018 1,7 procent 3 procent
2019 2,6 procent 2 procent
2020 1,3 procent 2,7 procent
2021 1,8 procent (tot en met april) 1,3 procent

————————–

Klopt het dat het politiepersoneel een maand eindejaarsuitkering door de neus geboord wordt door het vervroegen naar de uitbetaling naar november?

Nee, dat is een misverstand. De werkgever is ermee akkoord gegaan de eindejaarsuitkering vanaf dit jaar (2021) in november al uit te betalen. Een wens van veel collega’s, die dat extra inkomen goed kunnen gebruiken in de feestmaand december. De prijs voor het vervullen van deze wens is dat iedereen eenmalig genoegen moet nemen met een lagere uitkering. Niet omdat de werkgever een bedrag in zijn zak steekt, maar omdat je de eindejaarsuitkering in de loop van een jaar in maandelijkse porties bij elkaar ‘spaart’. En tussen december 2020 (vorige uitkering) en november 2021 zitten simpelweg slechts elf maanden. Vandaar de aanduiding in de cao-tekst dat iedereen dit jaar 11/12 deel krijgt uitgekeerd.

Vanaf december 2021 begin je met het opbouwen van de eindejaarsuitkering voor volgend jaar, zodat je in november 2022 weer een bedrag krijgt ter waarde van twaalf keer het maandelijkse opbouwbedrag. Dus nee, deze afspraak is puur een gebaar van goede wil richting de werknemers; de werkgever wordt hier financieel niets wijzer van.

————————–

Waarom gaat de eerste structurele loonsverhoging pas in op 1 juli 2021?

Er zijn collega’s die het onbegrijpelijk vinden dat de onderhandelaars van de bonden akkoord zijn gegaan met zes maanden zonder structurele loonsverhoging. In hun ogen is dat een bewijs van knoeiwerk of zelfs heulen met de werkgever, want het politiepersoneel heeft ‘gewoon’ recht op een loonsverhoging vanaf de eerste maand na het verlopen van de oude cao.

Dat laatste is echter een misverstand. Of een nieuwe cao in de tijd aansluit op de vorige cao en wanneer binnen de looptijd van de nieuwe cao een structurele loonsverhoging begint – het zijn allemaal zaken die stuk voor stuk moeten worden afgesproken met de werkgever. Lukt het niet om daarover tot een akkoord te komen, dan kan het gebeuren dat de bestaande arbeidsvoorwaarden een bepaalde periode blijven zoals ze zijn. Dan gaan bijvoorbeeld de lonen een jaar niet omhoog.

Voor alle duidelijkheid: natuurlijk zetten de bonden altijd in op een structurele loonsverhoging vanaf het begin van de looptijd van een nieuwe cao. En natuurlijk zal de werkgever altijd proberen een wat latere begindatum af te spreken voor deze relatief dure afspraak. Een structurele loonsverhoging is een extra kostenpost waar hij voor altijd en voor elke nieuwe medewerker aan vastzit en die de grondslag wordt voor nog meer extra kosten.

Het is echter te kort door de bocht om te beweren dat het loslaten van een structurele loonsverhoging vanaf de eerste maand van een nieuwe CAO neerkomt op het ‘beroven’ van het personeel. De taak van de onderhandelaars is te komen tot een totaalpakket aan afspraken dat voor ‘de’ politiemedewerkers zo gunstig mogelijk is. De mogelijkheden die de bonden daarbij hebben zijn afhankelijk van de sociaaleconomische en politieke situatie. Die was bij de huidige onderhandelingen verre van optimaal: coronacrisis, historisch hoog begrotingstekort, kabinetscrisis, demissionair kabinet, stagnerende formatie.

Kort samengevat: de onderhandelaars van de bonden zijn uiteindelijk akkoord gegaan met een structurele loonsverhoging vanaf 1 juli 2021 omdat daar naar hun oordeel voldoende pluspunten tegenover staan in de andere afspraken. Daartoe behoren onder andere de afspraak om de looptijd van de cao te beperken tot één jaar (ook dat is een politiek besluit) en om de eenmalige uitkeringen in dat ene jaar te verhogen van € 300 naar € 750.