Nood? Bel: 06-53336074

Bonden houden stevig vast aan hun CAO-inzet

Op basis van negen ‘verkennende gesprekken’ met de werkgever gaan de bonden weer onderhandelen over betere arbeidsvoorwaarden. Dat bericht heeft bij flink wat leden vragen opgeroepen, met name over de koersvastheid van de bonden. Voor twijfel daaraan is echter geen enkele reden.

Hebben de bonden allerlei afspraken met de werkgever gemaakt zonder de leden te raadplegen?

Nee, uiteraard niet. Tijdens een CAO-ronde doen de onderhandelaars van de bonden en de werkgever hun best om tot een pakket van afspraken te komen waar beide partijen mee kunnen leven. Over afspraak A zullen de bonden wat meer tevreden zijn, over afspraak B de werkgever. Sommige afspraken zijn wisselgeld om een andere afspraak binnen te halen.

Sommige afspraken zijn niet mogelijk omdat je daarmee de deur openzet voor ongewenste afspraken die de andere partij graag wil maken.

Kortom: een CAO is een samenhangend bouwwerk van afspraken, dat tot stand komt in een proces van geven en nemen. Daar komt – voor beide partijen – een hoop pas- en meetwerk bij kijken. Voor het beste resultaat moeten de onderhandelaars voldoende ruimte hebben om deskundig en creatief in te springen op kansen en mogelijkheden. Dat kan ertoe leiden dat in het uiteindelijke pakket ook  afspraken komen te staan die (in die vorm) niet waren verwacht of afspraken die minder ver gaan dan gehoopt. Ook kunnen er afspraken helemaal ontbreken omdat de onderhandelaars onderweg keuzes hebben moeten maken: zaken tegen elkaar uitruilen of wegstrepen. Nogmaals: dit geldt voor beide partijen!

Hoe dan ook: het eindresultaat van de onderhandelingen – het zogenaamde onderhandelaarsakkoord – wordt nooit zomaar een CAO. Zowel de werkgever als de bonden zijn verplicht dit document ter goedkeuring voor te leggen aan hun achterban. De werkgever moet instemming krijgen van het kabinet (lees: de minister van Financiën). De politiebonden moeten instemming krijgen van hun leden. Elke bond heeft daarvoor zijn eigen interne besluitvormingsproces. Pas als de leden ermee akkoord zijn gegaan zetten de voorzitters van de politiebonden hun handtekening onder een nieuwe CAO.

Maar in die fase van het CAO-proces zijn we voorlopig nog niet aanbeland.

Wat zijn ‘verkennende gesprekken’ en hoe staat het daarmee?  

Begin juli hebben de politiebonden de CAO-onderhandelingen afgebroken en zijn de eerste serie acties gestart om de werkgever onder druk te zetten om betere afspraken mogelijk te maken. Niet lang daarna zijn (op zijn verzoek) ‘verkennende gesprekken’ met de werkgever gestart over de (politieke) ruimte voor een akkoord over het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden  (beloning, veilig en gezond werken, loopbaankansen, uitstroombeleid).

Op dinsdag 14 augustus hebben de politiebonden het verloop en de teneur van deze gesprekken besproken met hun bestuur en vertegenwoordigers van hun leden in de Regionale ActieCentra en de hoogste verenigingsorganen. Noodgedwongen konden de onderhandelaars van de bonden daarbij geen volledige openheid van zaken geven, aangezien de ‘verkennende gesprekken’ nu eenmaal vertrouwelijk van aard zijn.  

Tijdens ‘verkennende gesprekken’ worden van beide kanten allerlei opties en ideeën op tafel gelegd om te kijken of daarmee wellicht een brug geslagen kan worden op bepaalde gebieden.

De teneur van die gedachtewisselingen is: ‘Wat zouden jullie ervan zeggen als…’ Reactie andere partij: ‘Ja, maar dan is het wellicht ook een idee om…’ Om te zorgen dat iedereen zich vrij voelt om ‘hardop mee te denken’ zijn deze gesprekken informeel. Dat wil zeggen: de deelnemers kunnen niet worden vastgepind op hun uitspraken of geopperde ideeën. Dat is wel het geval als de onderhandelingen weer ‘voor het echie’ heropend worden.

Concreet voorbeeld van een verkenning: wat wordt de looptijd van de nieuwe CAO?

Dat is een belangrijke vraag, want hoe langer de looptijd van een CAO, hoe groter het bedrag aan arbeidsvoorwaardengeld dat de werkgever beschikbaar heeft om afspraken te bekostigen. De bonden hebben de werkgever duidelijk gemaakt dat ze een CAO met een langere looptijd dan een jaar bespreekbaar vinden. Maar dat geldt alleen als voor de uiteindelijk gekozen periode (twee of drie jaar) ook een serieuze structurele loonsverhoging wordt afgesproken.

Op basis van de verkennende gesprekken over de arbeidsvoorwaarden hebben de bonden besloten de onderhandelingen met de werkgever op dat gebied weer te openen. Tegelijkertijd worden de acties geïntensiveerd om politiek de druk op de ketel te houden EN willen de bonden zo snel mogelijk een ‘verkennend gesprek’ met de werkgever over hun herstelplan voor de Nationale Politie en de vertrouwenscrisis binnen het korps.

De bonden willen dat de werkgever hun 33 verbeterpunten overneemt en het korps daardoor bevrijdt van een aantal organisatorische fouten (te weinig capaciteit, te grootschalige opzet, te rigide managementcultuur). Ook willen ze vertrouwenwekkende garanties voor een zorgvuldige uitvoering van hun plan. Wordt over de uitvoering van het herstelplan geen akkoord bereikt, dan zullen de bonden ook niet akkoord gaan met een nieuw afsprakenpakket over betere arbeidsvoorwaarden.

Hebben de bonden hun CAO-inzet losgelaten?

Nee, de CAO-inzet van de bonden is niet veranderd. Alle onderwerpen die daarin genoemd staan zullen tijdens de onderhandelingen aan bod (blijven) komen. Het blijft echter afwachten wat de uitkomst van het onderhandelingsproces wordt. Dat geldt in zekere zin zelfs voor de onderhandelaars. De CAO-acties van de bonden kunnen ervoor zorgen dat er meer (financiële en/of politieke) ruimte komt voor betere afspraken. Maar zelfs na de hardste acties aller tijden moeten de bonden weer terug naar de onderhandelingstafel om daar op deskundige wijze een afsprakenpakket bij elkaar te puzzelen waar beide partijen mee thuis kunnen komen.

Een concreet voorbeeld: in de CAO-inzet van de bonden staat een structurele loonsverhoging van 3,5 procent per jaar, met ingang van 1 januari 2018 en met een minimum van € 125. Stel: de werkgever laat weten graag een CAO met een looptijd van drie jaar te willen afsluiten.

Hij meldt ook dat hij over die periode een structurele loonsverhoging wil afspreken die (iets) lager is dan drie keer de CAO-inzet van de bonden, maar dat hij dan wel bereid is daarnaast structureel extra geld te steken in allerlei andere afspraken – op beloningsgebied, op opleidingsgebied, op uitstroomgebied, op capaciteitsgebied. Wat doe je dan als onderhandelaar van de bonden? Dan ga je daarover… onderhandelen!

In het overleg met de besturen en de kaderleden op dinsdag 14 augustus hebben de bonden het bovenstaande voorbeeld genoemd om een indruk te geven van het verloop en de teneur van de ‘verkennende gesprekken’. De onderhandelaars van de bonden hebben vervolgens min of meer als opdracht meegekregen dat voor een CAO met een looptijd van drie jaar minstens een structurele loonsverhoging van acht procent moet worden afgesproken. Dat wil uiteraard niet zeggen dat de bonden bij voorbaat al genoegen hebben genomen met dit percentage. Praktisch gezien is slechts een duidelijke ondergrens gesteld aan de onderhandelingsruimte op beloningsgebied in het geval dat een CAO voor drie jaar wordt afgesproken. Maar of dat gaat gebeuren is nog onduidelijk. De looptijd is immers ook een van de onderwerpen waarover onderhandeld wordt. De bonden zouden bijvoorbeeld de stelling kunnen innemen dat ze twee jaar eigenlijk wel mooi genoeg vinden, tenzij de werkgever...

 

De onderhandelaars moeten het ijzer zien te smeden als het heet is – en dat wordt het pas echt aan de onderhandelingstafel. De exacte samenstelling van het afsprakenpakket dat daarbij uit de bus komt is niet op voorhand door de leden van de bonden ‘te bestellen’. Maar het eindresultaat wordt altijd ter goedkeuring of afkeuring aan de leden voorgelegd. Dan is ook pas goed te zien door welke deskundige en creatieve keuzes de onderhandelaars hebben geprobeerd het onderste uit de kan te halen.