Nood? Bel: 06-53336074

Bonden eisen nakomen CAO-afspraken loopbaanbeleid

Begin september is een conflict ontstaan tussen de politiebonden en korpsleiding over de uitvoering van CAO-afspraken over loopbaanbeleid bij de politie. De korpsleiding kreeg enkele weken de tijd om met een oplossing te komen. Helaas zonder gewenst resultaat. Daarom beraden de bonden zich nu op vervolgstappen.

In de CAO Politie 2015-2017 is loopbaanbeleid voor de hele politieorganisatie afgesproken. De werkgever en bonden waren het erover eens dat voldoende ontwikkelingsmogelijkheden en carrièreperspectief goed zijn voor zowel politiemedewerkers als prestaties van de politieorganisatie. Sinds de totstandkoming van de huidige cao zijn de politiebonden en werkgever in gesprek over de verdere uitwerking van de loopbaanafspraken, zodat deze in de praktijk vorm kunnen krijgen.

Schending afspraken

Tot ongenoegen van de bonden verliepen deze gesprekken de laatste tijd steeds moeizamer. Inmiddels is komen vast te staan dat vooral executieve medewerkers de komende jaren in de praktijk nauwelijks gebruik kunnen maken van de beoogde ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de bonden een schending van de cao-afspraken, waar de korpsleiding verantwoordelijk voor is. Temeer omdat er niets gedaan is met waarschuwingen van de bonden over het ontbreken van de randvoorwaarden om het loopbaanbeleid te laten werken. 

Werving nieuwe politiemedewerkers

In de CAO is afgesproken dat bij de werving van nieuwe politiemedewerkers kandidaten worden geselecteerd op basis van het opleidingsniveau dat nodig is voor de functie waarvoor wordt geworven. Er volgt dan een zogenoemd ‘eerste loopbaanpad’. Daarbij kunnen nieuwe medewerkers ervaring opdoen en binnen een redelijke termijn gegarandeerd worden geplaatst op de functie waarvoor zij zijn geselecteerd. Een voorbeeld: als je wordt geselecteerd voor de niveau-4 politieopleiding, dan word je binnen een redelijke termijn geplaatst op een functie van hetzelfde niveau. In dit geval dus de functie van Senior GGP (brigadier). Met dit beoogde loopbaanbeleid wordt overkwalificatie voorkomen, bieden de functies voldoende uitdaging en hebben medewerkers de mogelijkheid om door te groeien naar een andere functie als zij de benodigde kennis en ervaring hebben opgedaan.

Geen perspectief

De korpsleiding heeft echter besloten geen nieuwe kandidaten meer toe te laten tot de niveau 3-opleiding. Alleen de niveau 4-opleiding wordt nog aangeboden. Dit besluit komt voort uit de wens om het gemiddelde opleidingsniveau binnen de politie te verhogen. Daar is niets mis mee, zolang de collega’s die deze opleiding gevolgd hebben binnen een redelijke termijn zicht hebben op bevordering naar een functie op het niveau waarvoor ze zijn opgeleid (in dit geval de brigadiersfunctie). Daar zit nu precies het probleem: dat perspectief is er niet. Er zijn simpelweg te weinig functies op dit niveau beschikbaar. Sterker nog: voor zittende medewerkers met een niveau 4-opleiding die nu een functie op schaal 7 hebben is er al weinig perspectief om door te groeien. Hoe meer nieuwe politiemedewerkers instromen op niveau 4, hoe groter dit probleem wordt. Ook vinden de bonden dat meer zittende collega‘s met een politiediploma en functie op niveau 3 de kans moeten krijgen een doorstroomopleiding te volgen. Dat komt nu nauwelijks van de grond als gevolg van de keuze om nieuwe politiemedewerkers alleen nog op te leiden op niveau 4. Dit alles nog los van het feit dat binnen de basisteams ook een goede balans moet zijn tussen verschillende functies. Er zijn zowel collega’s nodig voor de functie Senior GGP als Medewerker GGP en Generalist GGP.

Volgens de politiebonden is er voor de korte termijn maar één maatregel mogelijk om de loopbaanafspraken uit de CAO alsnog te kunnen nakomen: per direct stoppen met de instroom van kandidaten (nieuwe politiemedewerkers) voor de niveau 4-opleiding en opnieuw starten met het aanbieden van de opleiding op niveau 3. De bonden hebben deze eis nu bij korpschef Erik Akerboom neergelegd. Daarbij geldt uiteraard dat kandidaten die inmiddels in de selectieprocedure zitten, deze moeten kunnen afmaken.

Voor een dubbeltje op eerste rang

Om het loopbaanbeleid op de langere termijn goed te laten werken, is echter meer nodig. Als de wens is om het gemiddelde opleidingsniveau in de politieorganisatie te verhogen, dan kan dat niet zonder consequenties blijven voor de inrichting van de organisatie en de functies waarop medewerkers worden aangesteld. Wat de bonden betreft kan de werkgever niet ‘voor een dubbeltje op de eerste rang’ zitten.

Vergrijzing

Een tweede probleem dat moet worden opgelost, is de vergrijzing binnen de politieorganisatie. Politiemensen werken noodgedwongen steeds langer door voordat zij met pensioen gaan. Met als gevolg dat er weinig functies beschikbaar komen waar jongere collega’s naar kunnen doorstromen. De organisatie zit als het ware ‘op slot’. Mede om die reden zijn de politiebonden acties gestart met als doel dat het weer mogelijk wordt om fatsoenlijke afspraken te maken over pensioenmogelijkheden die recht doen aan het politievak. Zowel jongere als oudere collega’s merken nu aan den lijve de gevolgen van het gebrek aan een goed politiepensioen. Aanstaande donderdag 28 september zijn daarom werkonderbrekingen in Almere en Alkmaar. De bonden roepen collega’s uit de eenheden Midden-Nederland en Noord-Holland op om massaal naar deze bijeenkomsten te komen en daarmee een signaal af te geven dat het zo niet langer kan.